Vrijdag 20 oktober 2008, stonden we om negen ’s avonds in de grote zaal van Paradiso te wachten op Ojos de Brujo. Duidelijk was dat zij plaats zouden moeten maken voor een vervolgact (Amsterdam Dance Event) want ongebruikelijk stipt voor muzikanten, stapte de tienman/vrouw formatie de bühne op
Wij kenden deze band van hun debut CD ‘Vengue’ uit 1999 waarop ongekend strakke funky spaanse gitaren zijn te horen in een akoestische sfeer met heerlijke percussie en rauwe zang. Wij hadden ons betrekkelijk beperkt verdiept in het meer recentere werk dat te vinden is op de albums ‘Bari’ en meest recent ‘Techarí’.
Het gezelschap bestaat uit een Dj, een leadzangeres, een achtergrond zangeres/flamencodanseres/’handclapper’ en een achtergrondzanger/’handclapper’, twee percussionisten, een drummer, twee gitaristen en een bassist. Een bonte vertoning waarbij met name de achtergrondzanger een verpletterende indruk maakte door zijn timide inbreng: het klassieke klappen in de handen en zang vanuit de periferie van de band in een wat jezus-achtige kostuum, kaarsrecht gedurende het hele optreden. Zijn medestander op de achtergrond klapte en zong eveneens timide mee tot zij ineens volledig uitgelicht in een prachtige jurk ten tonele verscheen en een flamencosolo danste. Prachtig om te zien en te horen: lekkere staccato ritmes klonken via haar harde hakken door de zaal. Haar koninklijke presentatie werd nog een kracht bij gezet door een forse gelijkenis met onze eigen prinses Maxima die ons bleef intrigeren. Het geheel werd ‘opgeleukt’ met live beelden van de band op een groot scherm in combinatie met geëngageerd aandoende videobeelden die ons deden vermoeden dat de Spaanse teksten belangrijke thema’s aansneden en enige bewustwording in de hand moesten werken ten aanzien van de Spaanse geschiedenis. De helft van het publiek leek Spaans te kunnen verstaan en dat voegde toe aan de belevenis van het spektakel.
Al met al veel ingrediënten voor een onvergetelijke avond maar dat werd het toch niet helemaal. Net als op hun eerste cd was direct duidelijk dat we stonden te luisteren naar een groep aangeboren muzikanten die waarschijnlijk als baby al mee zaten te klappen met een Spaanse gitaar of met de hakjes van een plaatselijke danseres. De percussieve talenten bleken onbegrensd en de composities doorwrochten. Waar het echter aan schortte was dynamiek. Wij kregen de indruk dat de echte Soul wat was verdwenen en zij zichzelf inmiddels blijvend plezier boden door hard te spelen en ruig te doen. Voelbaar was dat ook in de zaal waar de aandacht op verschillende punten verslapte als gevolg van zoals de Engelstaligen dat noemen ‘indulgent playing’. Wij hadden de indruk dat zij zichzelf gaande hielden ten kostte van hun muzikale vermogen en vanuit het idee dat daarmee hun boodschap en diepgang beter over zou komen. Met name de snoeihard uitversterkte snaredrum droeg daar in negatieve zin aan bij. Wat ons betreft had de drummer zich hoe dan ook beter bij de percussionisten kunnen voegen zodat de twee fabuleuze gitaristen beter uit de verf hadden kunnen komen. Toch viel de avond niet in het water doordat op verschillende punten de kwaliteiten van de groep zuiver voelbaar werden en de sfeer bijzonder was door de combinatie van live video, solomomenten, dans, voortdurende doorklappende bandleden, een flamboyante leadzangeres met een rauwe stem en een mediterraan publiek dat in het bijzonder werd vertegenwoordigd door een pronte dame die hardvochtig meeklappend vanaf de balustrade neerkeek op ‘haar band’.
Met dank aan paradiso


